In deze tijden van relatieve schaarste, is het een zegen dat we iemand als Bandirah in onze gelederen hebben, die ons onderstaande interview met Wouter Diesveld opstuurde. Opdat u wat meer te weten komt over de man achter Muis Mollie Zet Bussen In.

Zelfkant

Al jaren is de 31-jarige Amsterdammer Wouter Diesveld een cultheld in de krochten van de internationale stripwereld. Hij bestookt de wereld met zijn
bizarre gedachtekronkels en fantasievolle personages die stuk voor stuk eeuwigheidswaarde lijken te hebben. Vooral de underground was het habitat van deze charismatische krabbelaar. Wás, want Diesveld is klaar om zijn troon als cartoonkroonprins op te eisen. Het grote publiek wacht. Bij uitgeverij De Blauwe Bloem verscheen begin juni zijn debuut, de cartoonbundel Muis Mollie Zet Bussen In. Een mooie aanleiding voor een gesprek.

Door: Janna Bok-Wolderdorp

Blauwe BloemIs ‘Muis Mollie zet bussen in’ werkelijk je debuutbundel, het werk ademt zoveel volwassenheid?
‘Ik heb eerder al vier boekjes uitgebracht, in eigen beheer (Het werk van WD – 1999, De Belijdenis van Jozef – 2004, Brontobol – 2005 en Kansarm Scholiertje – 2006, JB-W). Maar Muis Mollie is het eerste officiële album van mijn hand. De puberteit ligt daarmee achter me.’
Hoe ben je bij De Blauwe Bloem terechtgekomen?
‘Dat was een moeizaam proces. Ik heb eerst mijn werk opgestuurd, een aantal malen zelfs. De uitgeverij vond het in eerste instantie he-le-maal niks. Maar ik had mijn zinnen op De Blauwe Bloem gezet, want dat is toch een beetje De Bezige Bij van de underground. Bovendien vind ik zowel hun bedrijfsvisie als hun Jonquai & Lazfartze-reeks geweldig. Dus ik bleef aandringen en mijn werk opsturen. Op een gegeven moment werd ik uitgenodigd. Mijn aandringen beviel hen blijkbaar. We waren er al snel uit. Ze boden me een contract aan voor vijf bundels.’
Vijf bundels! Dat is niet niks. Het vertrouwen in jou moet wel groot zijn?
‘Het vertrouwen is geheel wederzijds!’
Hoe is het tekenen bij jou eigenlijk begonnen? Tekende je al vanaf het moment dat je een potlood vast kon houden?
‘Ik ben mijn werkende carrière begonnen als marktkoopman. Ik verkocht als tiener bouten, moeren en stukken pijp in de kraam van mijn oom. Lekker relaxed werken was dat; af en toe haalde mijn oom een bakje warme kibbeling voor me. En als we even tijd hadden, declameerde mijn oom allerlei teksten. Ik moest daar dan op dansen. Helaas kon ik niet zo goed dansen, dus heb ik maar tekeningen bij zijn teksten gemaakt. Op de verpakkingsdozen. Zo is het een beetje begonnen. Ik merkte dat ik wel aanleg had.’

Ik kwam op het web een oude uitspraak van je tegen: ‘Ik probeer altijd een zo leuk mogelijke cartoon te maken’. Kun je je daar nog steeds in vinden? Is dat nog steeds je doel?
‘De vreugde van een cartoon maken zit hem er vooral in dat stukje vreugde over te brengen op diegene die de cartoon tot zich neemt. Er is veel te weinig vreugde op de wereld. Ik probeer dat een beetje te veranderen. Op mijn eigen bescheiden manier.’
Bescheiden?Jouw cartoons bereiken inmiddels een groot publiek; je publiceert op talloze weblogs…En nu is er deze bundel. Je roem zal dus alleen maar gaan groeien. Krijg je veel reacties op je werk?
‘Eén boze reactie die me erg bijstaat, is er één van een Nederlandse zanger die zich René Froger noemt. Hij was heel pissig, omdat ik een foto van hem had gebruikt. Niet eens in een cartoon. Ik had gewoon een foto van hem bij me, een hele mooie foto naar mijn mening, en ik liet aan mensen die ik tegen kwam zien hoe mooi ik die foto vond. Bij die foto had ik dan wat tekstjes geschreven. Tekstjes over dat hij mijn cartoons wel leuk vond en dan vooral die over gehandicapten. Tot het management van René Froger mij boos belde… Uiteindelijk is het wel goed gekomen; René Froger en ik hebben het geschil bijgelegd en er samen in Bolle Jan een pilsje op gedronken.’
Het scheelt misschien ook dat hij sinds zijn prostaatkanker een stuk milder geworden is.
‘Ja, hij is daardoor is staat gesteld de boel wat meer te relativeren. Daar doet hij ook niet geheimzinnig over. René Froger is een moordgozer en inmiddels mijn grootste fan.’

Froger ziet een cartoon

Heel even denkt René Froger dat die vrouw in die rolstoel vooraan een cartoon van Wouter Diesveld is.

Eigen stem
Het werk van Wouter Diesveld is moeilijk te plaatsen. Denk je een sleutel te vinden in het werk van Topor, word je meteen weer op een ander been gezet. Ook het absurdisme van collega’s als Kamagurka, Gummbah en Jan Kruis is hij allang ontstegen. Het werk van Wouter Diesveld lijkt misschien wel het meeste op… Wouter Diesveld!
Een eerste bundel en dan al meteen een eigen stem…
‘Dat kun je wel zeggen, ja.”
Kun je er eigenlijk van leven, van jouw cartoons?
‘Ik sla mijn slagen. Enige tijd geleden heb ik nog een leuke deal binnengehaald. Het horrorstripboek ‘Bloeddorst’ had nog een pagina open en ze hadden er wel wat geld voor over om die pagina gevuld te krijgen. Dus toen heb ik gezegd: ‘Oké, ik wil het wel doen’. Ik heb vijfhonderd euro binnen weten te slepen. Dat lijkt misschien weinig, maar in de stripwereld heb je dan een enorme slag geslagen.’
Iets anders. Een vraag met een hoog roddelgehalte, maar ik stel hem toch: jij en Viva-tekenares Maaike Hartjes zouden één en dezelfde persoon zijn…
‘Geen commentaar.’
Is dat een bekentenis?
‘Geen commentaar.’
Omschrijf je tekeningen eens in één zin…
(denkt lang na) ‘Je zou kunnen zeggen: leuk.’
Leuk?
‘Ja, maar misschien dekt dat niet helemaal de lading. Misschien als je ‘leuk’ tussen aanhalingstekens plaatst. Dat zou wel wat zijn.’
Heb jij met dat ‘leuk’ een doelgroep voor ogen?
‘Zonder enige voorkennis is een verrassing het grootst. Ik wil dus mensen bereiken die normaal gesproken geen strips of cartoons onder ogen krijgen. Een behoorlijk grote doelgroep dus.’
In je cartoons trek je bij tijd en wijle flink van leer tegen tuinmannen, dieren en het geloof, maar ook bekende Nederlanders krijgen er soms flink van langs. Waarom komen die onderwerpen zo vaak voorbij?
‘De tuinmannen komen voorbij omdat ik vroeger zelf tuinman wilde worden. Helaas is het er niet van gekomen en op deze wijze ventileer ik mijn frustratie. Eigenlijk kan ik ze niet uitstaan, die tuinmannen die de hele dag een beetje voor tuinman spelen. Datzelfde geldt voor dieren.’
En hoe zit het met de bekende Nederlanders?
‘Waarschijnlijk heeft René Froger me daartoe aangezet. Hij heeft me verslaafd gemaakt aan het maken van tekeningen over bekende Nederlanders, of BN-ers, zoals ze in de volksmond heten.’
Zoals ik al opperde komt het geloof ook regelmatig langs en dan in het bijzonder de Here Jezus…
‘Dat vind ik wel fascinerend, zo’n geloof en wat daar allemaal bij komt kijken. Ik probeer daar op mijn manier een draai aan te geven. Ik koester overigens geen wrok jegens een geloof, of zo. Ik vind het een fascinerend fenomeen. En dat onderzoek ik in mijn werk. Ik ken de Here Jezus niet persoonlijk, maar het lijkt me een fijne man. Prettig in de omgang en goed gemanierd. Dat zie je niet vaak meer. Door veel over hem te tekenen probeer ik iets dichter bij Hem te komen.’

Jezus Christus van Grünewald

Grünewalds Christus denkt er zo het zijne van.

Je publiceert onder het pseudoniem Wouter Diesveld. Waarom eigenlijk?
‘Een pseudoniem werkt wel lekker. Het is ook typisch absurdistisch, het hebben van een pseudoniem. Kamagurka, Gummbah, Bandirah, Jan Kruis, Wouter Diesveld, het ligt ook allemaal in elkaars klankverlengde. Allemaal pseudoniemen, allemaal mensen waar ik me verwant mee voel.’
En de naam ‘Wouter Diesveld’, waar komt die vandaan?
‘Het is een oud-Nederlands woord. Ik weet niet zeker wat het precies betekent. Het is een woord dat in veel oude geschriften voorkomt. Ik ben sowieso dol op oude geschriften. Ik kijk veel naar Middeleeuwse prenten. In sommige daarvan zie je al de eerste voorbeelden van het absurdisme. Dan zie je bijvoorbeeld een groene leeuw, die spuugt uur. En dan staat daar een mannetje naast alsof het de gewoonste zaak van de wereld
is.’
Iedere grote kunstenaar heeft zijn vaste thema’s. Wat zijn jouw thema’s?
‘Het tuinmanschap, dus. Maar ook het feit dat ik aan de gluten leidt, is een enorm thema in mijn cartoons. De glutenallergie.’
Wanneer werd het ontdekt, jouw glutenallergie?
‘Dat was op mijn zevende. Ik at een mandarijn - in een mandarijn zitten normaal gesproken nooit gluten - waar iets mis mee was, waardoor er wel gluten in zaten. Dus ik zat al snel onder de bulten. En schreeuwen! Je kent de toestanden wel met allergieën. Niemand weet wat er aan de hand is. De tuinmannen hebben het uiteindelijk ontdekt.’
Over ontdekken gesproken. Als ik eerlijk ben, kan ik de invloed van de gluut in jouw oeuvre niet zo 1-2-3 ontdekken...
‘Het wordt ook niet expliciet benoemd. De ontdekking van mijn glutenallergie is nog te vers. Ik zit nog midden in het verwerkingsproces. Meestal kun je dan beter wachten, voor je het gaat inzetten. Maar als je terugkijkt, dan zie je het wel al terug. Verborgen tussen de regels. Net zoals de homoseksualiteit al stiekem verstopt zat in De Avonden.’

Wouter Diesveld

Cartoonist Wouter Diesveld, momenteel nog volop in z'n
Björn Borg-periode.

Wat is jouw lievelingsdier?
‘De kat. Katten zijn zo lekker stoer. Ik houd wel van stoer.’
En je lievelingsgetal?
‘Van oudsher is het veertien, maar onlangs ben ik overgestapt op negen. Verandering is soms goed.’
En van muizen, de protagonist in je debuutbundel is een muis?
‘Een muis is een klein wezen, maar tot grote dingen in staat. Ook tot het inzetten van bussen, als het nodig is. De muis op zich is mij al dierbaar, maar op Muis Mollie ben ik helemaal verzot. De titel is dan ook vooral een ode aan Muis Mollie.’
Over het creatieve proces: hoe ontstaat een tekening bij jou?
‘Bij een cartoon begin ik gewoon vaak maar wat te tekenen. En dan bedenk ik er later een tekstje bij. Het liefst werk ik wel met een vooropgezet idee. Dan gaat het allemaal sneller en is de grap ook leuker. De strips zijn meer bedacht. Wat heel belangrijk is voor mij, is dat ik niet lang na moet denken over een cartoon. Als ik te lang moet nadenken, weet ik al dat de cartoon niet zo goed wordt. De ideeën die plotseling komen, dat zijn de
goeie.’
Waar haal je inspiratie vandaan?
‘Ik haal vooral veel inspiratie uit het kijken naar reclames en uit het opvangen van schijnbaar onbelangrijke gesprekjes in het openbaar vervoer. Maar ook uit slechte films. Mijn cartoons zijn op een bepaalde manier een parodie op iets, al is dat in het eindproduct vaak niet meer herkenbaar.’
Je werkt met een vaste groep strippersonages. Naast Muis Mollie duiken cafébaas Brontobol, de Gebroeders Bram en Accoladeboy regelmatig op in je oeuvre…
‘Ik vind het leuk om personages te bedenken. Maar als ze te populair worden, als ik bijvoorbeeld verzoekjes binnenkrijg van ‘hé, heb je nog cartoons over Brontobol, kunnen we weer lachen met Brontobol’, dan heb je het beste eigenlijk al gehad. Dan moet je ermee stoppen. Als mensen een verwachting van een personage hebben, is het verse, het oorspronkelijke er af en wordt het meer een herhaling. Een nare herhaling.’
Stel dat deze bundel een succes wordt en de mensen willen meer Wouter Diesveld…
‘Dan ga ik kerstkaarten maken. Of een lekker potje voetballen met de jongens en meisjes uit de buurt.’

Voetbal ze Wouter!

Noot achteraf: Het laatste van de vijf weg te geven exemplaren van 'Muis Mollie Zet Bussen In' is gewonnen door Heinrichz, en wel dankzij het volgende onderschrift bij het Figo & Cocu: "De crash van Martinair in Faro. 1992. Eerst linkervleugeltje tegen de grond, dan rechtervleugeltje. Voor de rest? Eurocard/Mastercard." Onbetaalbaar inderdaad. Gefliciteerd Heinrichz! Als u even contact met ons wilt opnemen via molovich@gmail.com zou dat fijn zijn.