Evolutie - geil of koekje

In het kader van de Panzerfaust Week van de Basiskennis (PFWVDBK) hoop ik hier elke dag een klein stukje van mijn basiskennis met jullie, lieve lezers, te delen. Graag zou ik beginnen met het weerleggen van de evolutietheorieën van Darwin.

Charles Darwin
en z'n evolutie, wie is er niet groot mee geworden? Hele volkstammen natuurlijk, maar daar gaat het nu niet om. Iedereen die tegenwoordig serieus genomen wenst te worden in dit deel van de beschaving, moet de termen natuurlijke selectie en de strijd om het bestaan in zijn rugzakkie vol basiskennis hebben zitten Survival of the fittest, hoor je ook vaak. (Overigens, heb ik tot nog maar een minuut of drie geleden altijd in de veronderstelling verkeerd dat ‘fittest’ sterktste of fitste betekende. Ontzettend stom van mij natuurlijk, en dat terwijl ik van ver vóór het Studiehuis ben. ‘Fittest’ schijnt, zo begrijp ik van Wikipedia, van ‘to fit’ te komen wat aanpassen betekent. Survival of the fittest betekent, kortom, de Overleving van de meest Aangepaste. Dus niet de sterkste overleeft, degene die zich het best heeft aangepast. Een belangrijk verschil. Heeft u weer wat om in uw rugzakje te stoppen.)

Harriet Darwin

Anderhalf jaar geleden stierf op 176-jarige leeftijd Harriet (1830 - 2006), de laatste reuzenschildpad die Darwin nog persoonlijk had gekend. Een aantal jaren daarvoor had ik een interview met haar, dat vijf uur duurde, een tijdsspanne waarin zij acht kroppen sla at en op de enige vraag die ik kon stellen - "Wat was Darwin voor man?" - twee antwoorden gaf: "Could you please repeat the question." En, anderhalf uur nadat ik de vraag herhaald had: "A bit of a nerd."

Nu las ik afgelopen zaterdag een artikeltje in het NRC-tie waarin een of andere bioloog, Stephen P. Hubbell genaamd, aan het woord kwam die op een of ander eilandje in een of andere grote oceaan het een of ander aan het onderzoeken was. Op dit eilandje, met een oppervlakte ter grootte van Texel, bevond zich een duizelingwekkende verscheidenheid aan planten- en dierensoorten. Die diversiteit was zo groot dat de strijd om het bestaan in feite onder je ogen plaatsvond. Als ergens iets verdween, kwam er iets anders voor in de plaats. “Welke factor”, zo vroeg de man zich af, “zorgt er nu voor welk organisme een ander organisme vervangt.” De man was, als ik het goed heb begrepen, tot de conclusie gekomen dat er een volledige willekeur aan ten grondslag lag. Alle soorten bleken aan elkaar gelijk. Of preciezer gezegd: de verschillen tussen de soorten zijn niet relevant voor het evolutionaire succes. Dit noemde hij 'de neutraliteitstheorie'. Het enige wat je met zekerheid kon zeggen was dat een soort met een grote populatie een grotere kans had om zich te verspreiden dan een soort die uit een kleine populatie bestond. Maar los daarvan bleken alle soorten gelijkwaardig aan elkaar, en hadden alle soorten een evengrote kans om ergens, waar dan ook, te overleven. Hij had daar nog een formule bij verzonnen die, tot nog toe, niet weerlegd was, hoe graag andere evolutionisten dat ook zouden willen. Die andere evolutionisten schenen namelijk niet blij te zijn met de theorieën van meneer.

Reuzenkoeskoes

De Reuzenkoeskoes die, nadat hij onder een stoomwals was terechtgekomen, ineens zodanig was gemuteerd dat hij van de ene naar de andere boom kon zweven.

De conclusie dat alle soorten gelijkwaardig aan elkaar zijn en in wezen een even grote kans hebben om te overleven, deed mij denken aan het essay ‘Een dag uit het leven van de reuzenkoeskoes’ van Karel van het Reve, uit de gelijknamige bundel. In dit artikel, uit het jaar 1979, uit de ‘geleerde broer’ van Gerard reeds zijn twijfels over het Darwinisme. Hij heeft drietal kanttekening geplaatst:

1. Nieuwe soorten ontstaan door mutaties. Volgens evolutionisten blijven mutaties, door natuurlijke selectie, bestaan als ze een direct voordeel opleveren. Echter, die mutaties doen er honderdenmiljoenen jaren over om tot een definitieve versie te komen. Wat K. van het Reve zich afvraagt, is hoe die tussenliggende fases ervoor hebben gezorgd dat de soort kon blijven bestaan. De tussenliggende fases die misschien niet meteen voordeel opleverden, maar volstrekt nutteloos waren.

Darwin.

Lief logboek, ik denk dat ik een baard ga laten groeien.
Kus, je Charles.

2. Hoe kan het dat een soort die een bepaald voordeel níet heeft, toch kan blijven voortbestaan? De giraffe heeft een langere nek zodat hij beter bij de hoge blaadjes kan. Dat heeft zijn voortbestaan bevordert. Hoe kan het dan dat de zebra, die niet bij de hoge blaadjes kan, dan nog niet is uitgestorven? Waarom, als de sterksten overleven, hebben de zwaksten de strijd om het bestaan niet verloren? Omdat, zo zeggen de evolutionisten, de zwakkeren weer andere voordelen hadden, die hun voortbestaan hebben verzekerd.

3. Waarmee Van het Reve met zijn derde, en belangrijkste kritiekpunt komt: het Darwinisme klopt altijd. Achteraf kun je altijd iets vinden waardoor het sluit. “Zodra een soort overleeft, weet men precies díe eigenschappen aan te wijzen die tot dat overleven geleid hebben. En zodra een soort uitsterft weet men te vertellen waarom de arme dieren niet opgewassen waren tegen de strijd om het bestaan.”

Met behulp van wetenschapsfilosoof Karl Popper laat Karel van het Reve zien dat het Darwinisme, net als het Marxisme, een theorie is die ‘onweerlegbaar’ is: er valt geen plant of dier te bedenken dat door zijn bestaan de theorie omver zou kunnen werpen. De theorie klopt altijd. Van het Reve haast zich erbij te zeggen dat dit niet hoeft te betekenen dat de evolutietheorie niet waar is. Wellicht is het wel waar, maar te bewijzen valt het niet, want het tegendeel is onmogelijk te bedenken. Het Darwinisme redeneert terug. Als iets het heeft overleefd, dan heeft het overleefd doordat het heeft overleefd. Eigenlijk moet het niet zijn ‘survival of the fittest’, eigenlijk is Darwinisme ‘survival of the survivors’.

Peter R. de Vries en een klein vrouwtje.

Lief logboek, helaas laat mijn baardgroei nog wat te wensen over. Na achttien maanden mijn baard laten staan, zie ik nog niet veel meer dan een plukje schaamdons op m'n lip. Ik wou dat ik op een onbewoond eiland was. Je Charles.

Vervolgens valt Van het Reve ook nog eens Popper aan, die beweert dat plant, mens en dier zich ontwikkelt door ‘trial and error elimination’. Door te testen en dat wat niet voldoet te elimineren, verbeteren plant, mens en dier zich. Volgens Van het Reve is dit echter onzin. Een gewoonte of een eigenschap kan duizenden jaren bestaan zonder dat het een bewezen nut heeft. Zo geloven hele volksstammen dat kamillethee goed is tegen de verkoudheid, terwijl dit nooit is bewezen. Maar omdat niemand er minder van wordt, kan het blijven bestaan: “Daarin onderscheidt het spoelen met kamille zich van het eten van cyaankali. “ Aldus Van het Reve. Trial, zo zegt hij, moet niet worden opgevat als iets wat men probeert om te kijken of het ergens goed voor is. Trial is iets wat men probeert en wat herhaalbaar is. Valt iets te herhalen, dan gaat men er mee door. Anders probeert men weer iets anders. (Dit deed mij overigens denken aan een gedichtje dat ik ooit heb gehoord over alcoholisme, waarin de dichter zich afvraagt waarom hij zoveel drinkt. Het antwoord luidde als volgt: “Why does a dog licks his arse? / Because he can.”)

Darwin

Lief logboek, mijn levenswerk is volbracht, mijn baard heeft eindelijk de gewenste lengte behaald. Nu kan ik sterven, Charles.

Zo moeten mutaties ook gezien worden. Iets ontstaat omdat het kan bestaan. Iets evolueert omdat de nieuwe situatie niet nadelig is. Het gaat er niet zozeer om of iets voordelen oplevert, het gaat erom dat er niet zoveel nadelen aan kleven dat het tot uitsterven leidt. Ik weet niet hoe het in de huidige stand van de wetenschap gesteld is met de evolutietheorie. Of men zich iets van de kanttekening van Van het Reve heeft aangetrokken. Van Wikipedia begreep ik dat er nog steeds wel zo’n beetje hetzelfde over denkt als toen, eind jaren ‘70. Zeker waar het natuurlijke selectie betreft. Maar, kijkend naar de bevindingen van Stephen P. Hubbell, zou Van het Reve er wel eens niet zo heel ver naast kunnen zitten. Het leek mij dan ook nuttig om u, onafhankelijk denker die u bent, met bovenstaande gedachtegangen te laten kennismaken. Al is het maar om te weten dat ook basiskennis, hoe basaal ook, altijd in twijfel getrokken kan worden.