In de Bijbel Lees Sessies (BLS) doet Max J. Molovich verslag van zijn poging de bijbel van begin tot eind te lezen.

abraham met stok denkt na over het leven

Wie veel drinkt in gezelschap loopt het gevaar op gezette tijden in een zogenaamde filosofische discussie te belanden. Op zulke gelegenheden, die met een behoorlijke regelmaat plaatsvinden in huize Molovich, mag mevrouw Molovich graag aanhalen wat zij ooit over Kierkegaard heeft geleerd, te weten de drie stadia van het bestaan: het esthetische, het ethische en het religieuze. Het eerste stadium (het esthetische dus) zou belichaamd worden door Mozarts creatie van Don Juan, die op aarde is om zoveel mogelijk vrouwen te veroveren. Hij is totaal egocentrisch en ziet de vrouw als gebruiksvoorwerp dat alleen betekenis heeft wanneer ze zijn lusten weet te bevredigen. Een narcistisch roofdier, dat enkel en alleen leeft om zijn seksuele honger te stillen. Het stadium waarin Joran van der Sloot verkeert, kortom.

Joran van der  Sloot

"In tegenstelling Jeroen Paul (sic) hou ik wel van Garnier Fructis. Mij kan het niet zoet genoeg weet je ;) ", schreef Joran van der Sloot nog geen anderhalve week geleden op zijn hyvespagina.

Het tweede stadium (het ethische) wordt belichaamd door Socrates, een enorme pain in the ass die in de vijfde eeuw voor Christus zijn Atheense stadsgenoten het leven zuur maakte door hen vervelende vragen over zichzelf te laten beantwoorden (onder het motto: ken uzelf en u kent God), waardoor hij zo onuitstaanbaar werd dat het geen verbazing mag wekken dat de Atheners op een gegeven moment genoeg hadden van dat hooghartige gedoe en Socrates dwongen zelfmoord te plegen. Dat deed Socrates vervolgens nog ook, waarbij hij van de gelegenheid gebruik maakte om zijn treurende vrienden met flauwe grapjes te ‘vermaken’. De man nam, kortom, niets serieus, zelfs zijn eigen dood niet. Dat hij bereid was om voor zijn ideeën te sterven, maakte hem volgens Kierkegaard de ethicus bij uitstek. In deze vragende zeur herkennen wij Peter R. de Vries, wiens ‘vind je dat normaal of zo?’ en ‘doe je dat thuis ook?’ de hedendaagse varianten zijn van Socrates’ “wat is dat eigenlijk, goedheid?”

Peter R. de Vries en Steve Brown

"Hé Peter, hé, Petertje R. Weet je eigenlijk zelf wel waar die R. voor staat? Hé, Petertje R.? Voor Reet. En daar ga ik je zo tegenaan trappen, Peter Reet de Vries", aldus Steve Brown op Peter R. de Vries' socrateske vraag: "Heb ik iets van je aan of zo?"

Het derde stadium (het religieuze) komt ons wat wereldvreemd voor vandaag de dag. Kunnen wij Socrates, die bereid was voor zijn ideeën te sterven, nog begrijpen; met iemand die zich overgeeft aan iets wat volledig buiten zichzelf ligt, kunnen wij ons steeds moeilijker identificeren. Als belichaming van het derde stadium koos Kierkegaard Abraham, de man die bereid bleek zijn zoon op te offeren voor God. Abraham had zoveel vertrouwen in het hogere dat hij zelfs geen moeite had zijn nageslacht op te geven. Over die belangrijke passage uit de bijbel wilde ik het vandaag graag met u hebben.

Voor het zover was, gebeurde er nog wel het een en ander. Zo loog Abraham voor de tweede keer in zijn leven dat zijn vrouw zijn zuster was uit angst te worden vermoord door geile bewoners van het land waarin hij in die dagen vertoefde. Dat zijn vrouw inmiddels ruim de negentig was gepasseerd mocht kennelijk geen probleem heten, want inderdaad: al snel laat koning Abimelech Sara weghalen om haar tot zich te nemen. Gelukkig besluit God om Abimelech te waarschuwen voordat hij de fout begaat seksuele gemeenschap met Sara te hebben. Uit voorzorg had hij overigens alle vrouwen in de buurt van Abimelech onvruchtbaar gemaakt. Waarna Abimelech de volgende dag Abraham laat komen om te vragen waarom deze gelogen had. Ja, zegt Abraham, dat zit zo: ik was bang dat jullie me zouden doden om mijn vrouw, bovendien (en nu komt de aap uit de mouw): “En bovendien is zij werkelijk mijn zuster; zij is de dochter van mijn vader, maar niet de dochter van mijn moeder; en zij is mij tot vrouw geworden.” (Gen. 10:12)
abimelech, sara en abraham

En Abimelech zeide tot Abraham, hij zeide: "Zeg chef, hoewel ik dat smatje van je tantoe hot vindt, kies ik eitjes voor m'n doekoe, want die God van jou, weet je, die is niet bepaald van dat ik denk die gast is relaxed man." (Gen. 10:15)

Dat geeft nogal een hele andere betekenis aan het gezegde ‘als broer en zus leven’, want in het volgende hoofdstuk lukt het Abraham eindelijk om bij zijn hoogbejaarde halfzus een zoon te verwekken, die zij Isaäk noemen. Sara is als een kind zo blij, en lacht de hele dag, ondanks de ongetwijfeld pijnlijke bevalling. Ze kan, kortom, haar geluk niet op. Totdat ze zich ineens weer bedenkt dat Abraham nog een zoon heeft, die hij bij de slavin Hagar had verwekt. En Sara draagt Abraham op om Hagar met haar zoon de woestijn in te sturen en hoewel Abraham het hier eigenlijk niet mee eens is, doet hij dit toch, omdat God heeft gezegd dat hij naar Sara moet luisteren. Om een lang verhaal kort te maken: in de woestijn komen Hagar en Ismaël bijna om van honger, dorst en uitputting, totdat God hen een waterput wijst en belooft dat uit Ismaël een groot volk zal voortspruiten. Ismaël zal de stamvader van de Arabieren (en daarmee van de Islamieten) worden, Isaäk van de Joden. Volgens de Koran is het Ismaël die door Abraham bijna geofferd wordt, volgens de Bijbel is het Isaäk. En aangezien dit de Bijbel Lees Sessies zijn, gaan wij voor het tweede verhaal. Maar dat zal voor morgen zijn, want anders wordt dit verhaal wat lang. En u heeft vermoedelijk wel wat beters te doen.
Abraham stuurt Hager en Ismael weg.

En Abraham zeide tot zijn slavin Hagar, hij zeide: "Houdoe, en bedankt." (Gen. 21:14)